De dieet van de roterende massa's: De motor is twee kilo kwijtgeraakt, maar niet zomaar ergens. De nieuwe aluminium achtervork en vooral de nieuwe gietwielen zorgen ervoor dat de motor merkbaar soepeler instuurt.
Het nieuwe Showa-frontend: Einde van de klassieke telescoopvork. Nu is er een 120 mm upside-down vork van Showa gemonteerd, met bijpassende, in veervoorspanning verstelbare achterschokbrekers - eveneens van Showa. Het contact met de weg voelt directer en ik zou zelfs zeggen comfortabeler dan bij de vorige KYB, die weliswaar nooit oncomfortabel was, maar sneller aan zijn grenzen kwam.
De nieuwe ergonomie: Het stuur is de grote verrassing van dit model. Het is platter, maar vooral in totaal 21,4 millimeter breder – dus 10,7 mm per kant – en iets hoger. Deze grotere hefboomwerking maakt het insturen en de richtingsveranderingen aanzienlijk intuïtiever.
Ook het remsysteem is herzien. Triumph heeft afscheid genomen van de Brembo-klauwen die de afgelopen jaren zijn gebruikt, en zet nu in op J.Juan. Voor hardcore Italo-fans is dat misschien bijna een heiligschennis, maar in de praktijk zijn de bite en doseerbaarheid absoluut op het niveau dat je van deze motor verwacht. Ze doen hun werk goed, zonder een revolutie te zijn, en je mist noch een sterkere remwerking, noch een tweede schijf.